zicht op je centen – les 12

⫸ VIDEO ⫷
⫸ TEKST ⫷

Wat heb je tot nu toe gedaan

Voor ik aan deze les begin wil ik jullie even meenemen in wat je tot nu allemaal hebt gedaan.

  • Je hebt een overzicht gemaakt van jouw vaste kosten privé en dat in een handig jaaroverzicht gezet zodat je per maand weet welke kosten je moet betalen.
  • Je hebt hetzelfde gedaan voor jouw vaste kosten zakelijk. Ook weer dat overzicht gemaakt met die maandelijkse bedragen die betaald moeten worden.
  • Dan ben je misschien gaan spelen met de drie niveaus: basis, comfort, luxe. Die oefening heb ik meegegeven zodat je later flexibel kan inspelen op eventueel meer omzet en minder omzet. En dat je daarnaast bewuster wordt van hoeveel je nu minimaal nodig hebt en hoeveel je nodig hebt als je ontspannen en luxueus wilt leven.
  • Daarnaast heb ik jullie mijn visie over bewust consumeren gedeeld.
  • Heb ik jou een aantal basis boekhoudtermen uitgelegd.
  • Er was ook een opdracht automatische betalingen invoeren.
  • Ik heb het over sparen gehad, hoe dat je dat kan toepassen.
  • En je bent hopelijk nog altijd bezig met de variabele kosten bij te houden.

 

Inkomstenstromen in kaart brengen

Budgetteren is een manier om bewust om te gaan met jouw geld.

Mijn methode van budgetteren is een hele eenvoudige methode en bestaat uit drie elementen:

  • wat is je banksaldo op dit moment
  • wat zijn de komende inkomsten
  • wat zijn de komende uitgaven

Komende uitgaven is iets wat je in kaart hebt gebracht door een overzicht van je vaste kosten te maken en wat je in kaart aan het brengen bent door die variabele kosten bij te houden zodat je uiteindelijk een weekbudget en een maandbudget kunt gaan bepalen.

De inkomsten, de aankomende inkomsten, die brengen we vandaag in kaart. Welke bedragen kan je zoal ontvangen?

  • De vergoeding die jij je als ondernemer uitkeert
  • Inkomsten van onroerende goederen
  • Subsidies die je ontvangt
  • Kindertoeslagen
  • Uitkeringen

Er zijn verschillende mogelijkheden, afhankelijk van jouw persoonlijke situatie. Je kan een oplijsting van maken door per inkomstenstroom een omschrijving te noteren, een frequentie (maandelijks, jaarlijks,…) en het bedrag. Zo heb je een goed overzicht van wat je allemaal ontvangt.

 

Budgetteren privé

Budgetteren bestaat dus uit drie elementen: het banksaldo op dit moment, de komende inkomsten en de komende uitgaven. En dan heb je uiteindelijk ook weer een eindsaldo. En dat saldo dat bepaalt dan of je een tekort hebt of een overschot hebt.

Je kan voor je budgetteren privé het best op maandbasis werken.

Je start met het banksaldo.

Daarnaast zet je alle vaste kosten van die maand in het overzicht.

Als je over een aantal lessen klaar bent je variabele kosten in kaart brengen kan je daar een weekbudget of een maandbudget uit afleiden. Ik raad aan om te werken met een weekbudget om dat je dan sneller in de gaten hebt hoeveel je uit hebt gegeven en nog uit kan geven.

Je kan hier ook de verschillende niveaus toepassen door een weekbudget voor basis en daarnaast een weekbudget of maandbudget voor comfort en luxe te bepalen.

Als laatste kan je dan nog je spaarplan met in je budget zetten.

Je krijgt dan een overzicht zoals hieronder waarbij dat onderaan de optelling het eindsaldo is.

In het overzicht zie je dat ik weekbudget 1 t.e.m. weekbudget 5 heb vernoemd. Dat komt omdat een maand altijd net iets meer als 4 weken heeft. Het is dan handig om maand één vier weekbudgetten te hebben, maand twee ook vier weekbudgetten en dan de derde maand vijf weekbudgetten. In elke drie maanden zitten er namelijk dertien weken en zo ben je dan mooi rond na drie maanden en kan je de vierde maand weer met vier weekbudgetten werken.

 

Banksaldo

– vaste kosten

– weekbudget 1

– weekbudget 2

– weekbudget 3

– weekbudget 4

– weekbudget 5

– budget comfort

– budget luxe

– spaarplan

Eindsaldo

 

Wat is de volgende stap? Natuurlijk wijzigt je saldo constant. We gaan er voor de eenvoud vanuit dat je banksaldo aan het begin van de maand 0 euro is. Je checkt dan bijvoorbeeld wekelijks de wijzigingen in je banksaldo. En je bekijkt dan welke inkomende betalingen en uitgaande betalingen er gebeurd zijn. Het saldo pas je aan in het overzicht. En de betalingen die gedaan zijn die verwijder je uit het overzicht. Zo hou je bij welke betalingen er nog moeten gebeuren en hoeveel je nog overhoudt van je weekbudget.

Als je dit dan wekelijks checkt, en wekelijks opnieuw kijkt welk banksaldo je hebt en je ook kijkt welke betalingen er gebeurd zijn en die verwijdert dan heb je een overzicht over wat je nog kan uitgeven of waar je eventueel moet bijsturen.

 

Overschot of tekort

Aan het begin van de maand, als je je budget opstelt, ga je er ook op letten of je een overschot hebt of een tekort. Budgetteren is namelijk ook flexibel omgaan met de cijfers en ze hier en daar aanpassen door ze te vermeerderen of te verminderen.

Je hebt een tekort, dan kan je:

  • Het bedrag van je spaarplan verminderen
  • Je kan jezelf een hogere vergoeding uitbetalen
  • Je kan beroep doen op je buffer en een bedrag overmaken van je spaarrekening
  • Je kan bepaalde uitgaven niet doen (kijk daarvoor bijvoorbeeld naar kosten die je het label comfort of luxe hebt gegeven)
  • Je kan je weekbudget(ten) verlagen

Je hebt een overschot, dan kan je:

  • Het bedrag van je spaarplan verhogen
  • Je kan het bedrag als reserve houden voor als je in die maand toch nog onverwachte kosten hebt
  • Je kan jezelf een lagere vergoeding uitbetalen en een buffer opbouwen op je zakelijke rekening
  • Je kan bepaalde uitgaven wel doen (kijk daarvoor bijvoorbeeld naar kosten die je het label comfort of luxe hebt gegeven)
  • Je kan je weekbudget(ten) verhogen

 

Dus dit zijn een aantal voorbeelden om te laten zien wat je kan doen als je in je budgetteren een tekort of een overschot, hoe je dan eigenlijk kan gaan spelen met die verschillende bedragen die erin staan.

 

Budgetteren zakelijk

Het zakelijk budgetteren werkt iets anders. Daar gaan we minder kijken naar tekort of overschot omdat je zakelijke uitgaven eigenlijk veel meer fluctueren. Je kan veel minder op voorhand zeggen hoeveel inkomsten je gaat hebben omdat je natuurlijk zelden op voorhand weet hoeveel je gaat verkopen. Daarom dat ik aanraad om minder per maand te gaan kijken, maar het meer op lange termijn te bekijken, bijvoorbeeld op kwartaalbasis of op jaarbasis, omdat je daar dan een beter zicht op hebt.

Ook hier heb je die drie elementen, het banksaldo, de komende inkomsten en de uitgaven en dan uiteindelijk het saldo als je al die kosten hebt ingecalculeerd. Je gebruikt ook hier voor de komende uitgaven het overzicht van de vaste kosten zakelijk dat je in een vorige les hebt gemaakt. Je budgetteert ook de bedragen die je aan klanten gaat factureren, eventueel de correcte bedragen of anders schattingen.

Wat ook heel verstandig is om te doen bij het zakelijk budgetteren is het incalculeren van de BTW bijdrage, de sociale bijdragen en de personenbelastingen.

De sociale bijdragen betaal je per kwartaal en wordt aan het begin van elk jaar vastgesteld dus dat bedrag weet je. Eventueel kan je in het laatste kwartaal van het jaar ook al een schatting maken van de bijbetaling van de sociale bijdragen.

De BTW bijdrage betaal je per kwartaal. Je zou dit van elke factuur, inkomend en uitgaand kunnen bijhouden en zo het saldo van de betaalde en ontvangen BTW per factuur kunnen berekenen. Of hopelijk heb je een handig boekhoudprogramma of een toffe boekhouder die dat doet voor jou. Dan kan je daar een redelijk nauwkeurige schatting voor maken.

De personenbelastingen betaal je per jaar. Hier is het lastig een schatting te maken tot je daadwerkelijk de aangifte hebt gedaan maar daar een aanzienlijk bedrag voor opzij zetten is wel verstandig.

Een tweede manier om het zakelijk budgetteren bij te houden i.p.v. te beginnen met enkel het huidige banksaldo, de komende inkomsten en uitgaven te noteren en dan te kijken wat het toekomstig saldo kan zijn, is een uitgebreide manier waarbij je alle voorgaande betalingen laat staan. Je banksaldo is dan het totaal van alle voorgaande betalingen en moet natuurlijk wel overeen komen met je banksaldo bij je bank.

Daarna noteer je evengoed de komende inkomsten en uitgaven. Het verschil met de vorige methode is dat die veel compacter is en je gaat enkel uit van wat er nog moet komen. Bij de tweede methode hou je alle betalingen bij, waardoor de oplijsting steeds langer wordt. Mocht je meer overzicht willen creëren, mocht je af en toe eens willen terugkijken naar wat je nu allemaal aan inkomsten en uitgaven gehad dan is deze manier een goede manier voor jou.

OPDRACHT
  • Maak een inkomstenstroom door in een overzicht een oplijsting te maken van alle inkomende bedragen die jij ontvangt. Noteer een omschrijving, de frequentie (maandelijks, jaarlijks,…) en het bedrag. Je kan hiervoor tabblad les #12 budgetteren gebruiken.
  • Gebruik een aantal weken de methode om te budgetteren: werk met een maandoverzicht en vul je komende inkomsten en uitgaven in. Ga spelen met de bedragen als je een tekort of overschot hebt. Hou wekelijks je banksaldo en de gebeurde betalingen bij in het overzicht. Je kan hiervoor tabblad les #12 budgetteren gebruiken.
DOWNLOADS

Excelbestand

Checklist